Pensioensparen

Alles over het sparen voor een aanvullend pensioen.
Van het belastingvoordeel tot de verschillen tussen banksparen en sparen met een verzekering.

Start met Pensioensparen

  • Scherpe en transparante tarieven
  • Veilig beleggen in ETF's en fondsen
  • De eerste 3 maanden geen servicefee
  • Uitgebreide ondersteuning en deskundige service
Aanvragen

260 keer gekozen

Belastingvrij Aanvullend Sparen Voor uw Pensioen

Centje voor uw oude dag? Wenst u over extra bestedingsruimte te beschikken wanneer u stopt met werken en met pensioen gaat? Dan is pensioensparen een aantrekkelijke keuze. Wat is het precies, en hoe kunt u het belastingvoordeel maximaal benutten? Dat leest u op deze pagina.

Wat is pensioensparen?

Pensioensparen (of lijfrentesparen) is een vorm van banksparen waarbij op een fiscaal gunstige manier vermogen opgebouwd wordt voor het opbouwen of uitkeren van een (aanvullend) pensioen. U kunt op die manier voordelig sparen met een belastingvoordeel.

Om het begrip pensioensparen beter te kunnen kaderen, zal hieronder het pensioen meer in detail worden besproken. Wenst u meteen naar de uitleg over pensioensparen te gaan, klik dan hier.

Wat is pensioen?

Pensioen is een periodieke uitkering die iemand kan ontvangen bij het bereiken van de pensioenleeftijd (ouderdomspensioen), arbeidsongeschiktheid (arbeidsongeschiktheidspensioen) of het overlijden van de partner (nabestaandenpensioen).

Meestal wordt met de term ‘pensioen’ specifiek het ouderdom pensioen bedoeld. Dankzij het 3 pijler pensioenstelsel kunnen Nederlanders uit drie bronnen pensioen ontvangen:

  • Pijler 1: de overheid
  • Pijler 2: de werkgever
  • Pijler 3: aanvullende regelingen

Hieronder worden de 3 pensioenpijlers kort beschreven.

1e Pensioenpijler: de overheid en Algemene OuderdomsWet (AOW)

Wanneer u in Nederland woont of werkt, bouwt u automatisch AOW op. Dit is een basispensioen van de overheid. Dit ouderdomspensioen van de overheid staat bekend als de AOW (Algemene OuderdomsWet) De hoogte van de AOW wordt jaarlijks aangepast aan de ontwikkeling van het minimumloon en hangt mede af van de gezinssituatie. U vind hierover meer informatie op de website van de Rijksoverheid.

2e Pensioenpijler: de werkgever

De 2e pijler is pensioenopbouw via de werkgever. Zo’n 90% van de werkgevers heeft een aanvullende pensioenregeling. Hierdoor krijgen gepensioneerde werknemers een aanvullende uitkering bovenop de AOW-uitkering. Er bestaan een groot aantal verschillende pensioenregelingen waarbij zeer grote verschillen kunnen ontstaan in de opgebouwde pensioenrechten. Wanneer u zelfstandig ondernemer bent, zult u bijvoorbeeld zelf voor uw aanvullend pensioen moeten zorgen.

Opmerking: zelfstandig ondernemer? Dan zult u geen pensioen ontvangen uit deze pijler en zelf voor uw pensioen moeten zorgen.

Meestal betalen werkgevers ongeveer 2/3 van de totale pensioenpremies en werknemers 1/3 deel. Pensioenfondsen beleggen de premies om later aanvullend pensioen uit te kunnen betalen.

De laatste jaren valt een trend op te merken waarbij pensioenen via de werkgever soberder worden en er steeds meer (beleggings)risico bij de werknemer komt te liggen.

3e Pensioenpijler: aanvullende regelingen

De 3e pijler wordt gevormd door individuele verzekeringen. Bijvoorbeeld lijfrenten, koopsommen en levensverzekeringen Deze pijler vult u aan u op zelfstandige basis en doet dienst wanneer u verwacht dat uw pensioeninkomsten uit de eerste 2 pijlers onvoldoende zullen zijn om na pensionering een financieel comfortabel leven de kunnen leiden. Op die manier kunt u een pensioengat aanvullen of beslissen om eerder met pensioen te gaan. Ook zelfstandigen kunnen kiezen voor een individuele pensioenvoorziening.

Vanuit de overheid is er een voordelig fiscaal klimaat om extra aanvullend pensioen op de bouwen. U spaart op die manier fiscaal aantrekkelijk voor extra pensioen.

De belastingdienst biedt 2 grote fiscale voordelen die het zelfstandig opbouwen van pensioen moeten stimuleren:

  1. Het bedrag dat gestort wordt om in uw pensioen te voorzien, mag afgetrokken worden als kostenpost de bij aangifte inkomstenbelasting. U betaalt dus geen inkomstenbelasting over dit geld. Dit kan een flinke besparing opleveren.
  2. Het vermogen dat binnen een pensioenvoorziening opgebouwd wordt, hoeft niet meegeteld te worden bij de berekening van het vermogen in Box 3. U betaalt dus over (zelfstandig) opgebouwd pensioenvermogen geen vermogensrendementsheffing.

Er kan echter niet onbeperkt gebruik gemaakt worden van deze fiscale voordelen, er moet namelijk sprake zijn van een aantoonbaar pensioentekort. Om na te gaan of u een pensioentekort heeft, kunt u jaarlijks eenvoudig online uw jaarruimte berekenen.

De jaarruimte (ook wel ‘pensioentekort’) is het bedrag dat u van de Belastingdienst mag gebruiken voor extra pensioenopbouw en en bij uw belastingaangifte mag aftrekken van uw inkomen, omdat u in een bepaald jaar te weinig pensioen heeft opgebouwd.

Bij de berekening van de jaarruimte wordt gekeken hoeveel pensioenvermogen u opbouwt uit de twee eerste pijlers, hoeveel uw loon bedraagt en wordt gebruik gemaakt van de gegevens van het voorgaande belastingjaar. Indien dit bedrag volgens de maatstaven van de fiscus lager uitvalt dan de optimale pensioenopbouw, spreekt men van een pensioentekort (= jaarruimte).

Gedurende het huidige belastingjaar mag dan maximaal de uitgerekende jaarruimte gestort worden op een bankspaarrekening (pensioensparen) of in een pensioenverzekering, zonder dat u hierover belastingen hoeft te betalen.

Er geldt echter wel een maximumbedrag: In 2019 mag er maximaal over een inkomen van 107.593 euro (over 2018 is dat 105.075 euro) een oudedagsvoorziening worden opgebouwd en de maximale jaarruimte komt in 2019 uit op 12.678 euro (in 2018 bedroeg dit 12.362 euro).

Banksparen: fiscaal voordelig pensioen opbouwen

Sinds 2008 is het mogelijk om zelfstandig extra pensioen op te bouwen en uit te keren via de derde pijler. Dit principe staat vaak beter bekend als pensioensparen of lijfrentesparen. Hieronder kunt u meer lezen over de mogelijkheden van pensioensparen tijdens de opbouw- en uitkeringsfase.

Banksparen: Pensioen opbouwen

Een veelgebruikte methode om een pensioentekort aan te vullen is gebruik te maken van de bankspaarrekening. Dit is een populaire vorm van fiscaal voordelig pensioensparen. Het geld dat u op deze rekening stort, mag volgens de jaarruimte berekening afgetrokken worden van de belastingen in Box 1.

Het saldo op een bankspaarrekening hoeft tevens niet meegenomen te worden voor de belastingaangifte in Box 3 (vermogensrendementsheffing). Een belangrijke opmerking hierbij is, is dat het geld op uw bankspaarrekening vast staat tot wanneer u met pensioen gaat en uw uitkering ontvangt.

Er bestaan 2 soorten bankspaarrekeningen:

  1. De spaarrekening (lijfrentespaarrekening). Hierbij heeft u meer zekerheid (laag risico), maar ook een lagere opbrengst.
  2. De beleggingsrekening (lijfrentebeleggingsrecht). Dit is een rekening waarbij de kredietinstelling uw pensioeninleg zal beleggen tegen een hoger rendement. Hiermee is wel een groter risico verbonden. Bedenk dus goed wat uw risicoprofiel is en maak op basis daarvan een beredeneerde keuze.

Banksparen: Pensioen uitkeren

Na afloop van de opbouwfase ‘vervalt’ uw bancaire lijfrente en zult u moeten beslissen wat u met de expirerende lijfrente gaat doen. U kunt ervoor kiezen het bedraag in een keer te laten uitkeren, tijdelijk te laten uitkeren, of levenslang. Voor meer informatie kunt u terecht bij de website van de Consumentenbond.

De meeste mensen verkiezen om een uitkerende lijfrente aan te schaffen: het opgebouwde pensioengeld wordt gedurende een vooraf bepaalde periode in periodieke uitkeringen aan u uitgekeerd. Deze periodieke uitkeringen vallen fiscaal gezien in Box 1. U zult dus hierover dus inkomstenbelasting moeten betalen.

U heeft de mogelijkheid om de uitkerende lijfrente af te sluiten bij een maatschappij of kredietverstrekker verschillend van die waar u het pensioen heeft opgebouwd en u kunt zelf bepalen of u kiest voor banksparen of een lijfrenteverzekering. Hierbij kiest u zelf bij welke bank of verzekeraar u de uitkerende lijfrente gaat afsluiten.

Net als tijdens de opbouwfase, kunt u hierbij kiezen tussen sparen en beleggen (combinaties zijn ook mogelijk).

Het moment waarop de uitkeringsfase moet beginnen en de lengte van de uitkeringsperiode zijn onderworpen aan bepaalde regelgeving. Hieronder leest u daarover meer.

De uitkeringen worden uitbetaald totdat het vermogen op de bankspaarrekening uitgeput is. Wanneer u echter nog in leven bent op het moment dat de bankspaarrekening leeg is, kan dit zorgen voor een serieuze terugval in uw inkomen. Anders dan bij een pensioenverzekering, kan bij pensioensparen dus niet gekozen worden voor een levenslange uitkering.

Pensioensparen: Voorwaarden

Om de fiscale voordelen van pensioensparen ten volle te kunnen benutten, dient aan enkele belangrijke voorwaarden te worden voldaan. Hieronder zetten we daarom even de belangrijkste voorwaarden voor u op een rijtje:

  • U kunt enkel geld storten met fiscaal voordeel op een bankspaarrekening als er sprake is van een aantoonbaar pensioentekort;
  • Het opgebouwde kapitaal dient gebruikt te worden als pensioenvoorziening;
  • De uitkeringsfase kan pas wettelijk ingaan vanaf de AOW-leeftijd bereikt wordt en uiterlijk 5 jaar na het bereiken van de AOW-leeftijd;
  • De bankspaarrekening mag enkel lopen bij een door de AFM goedgekeurde bank of beleggingsinstelling;
  • De bankspaarrekening mag niet worden afgekocht;
  • De bankspaarrekening mag niet gebruikt worden als financieel onderpand.

Pensioensparen: Overlijden

Indien de begunstigde van een pensioenspaarrekening komt te overlijden, worden de rechten van de rekening overgedragen op de erfgenamen. Indien het wenselijk is om de uitkeringen bij overlijden aan specifieke personen toe te wijzen, dan is het nodig deze informatie in een testament wettelijk vast te leggen.

Pensioen en verzekeren

Bij het opbouwen of uitkeren van pensioen kan ook gekozen worden voor een pensioenverzekering (lijfrenteverzekering).

Deze vorm van pensioenvoorziening wordt niet uitgebreid op deze pagina behandeld. Hieronder ter illustratie enkele kenmerken van de pensioenverzekering:

  • U heeft op elk moment kapitaalgarantie (minimaal risico)
  • U ontvangt een gewaarborgd minimumrendement plus winstbonus
  • Uitschieters qua rendement zijn in beide richtingen uitgesloten
  • De uitkering bij overlijden wordt bepaald door de overlijdensrisicodekking binnen de verzekering. De uitkering bij overlijden komt toe aan de begunstigde(n) van de verzekering.
  • Binnen een pensioenverzekering kan het overlijdensrisico afgedekt worden en kan de premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid meeverzekerd worden.
  • De maximale uitkeringstermijn is levenslang. Bij een levenslange lijfrenteverzekering ligt het langlevenrisico bij de verzekeraar.
  • Bij een expirerende oud regime lijfrente kan gekozen worden uit een groot aantal mogelijkheden als er bij expiratie voor een verzekering gekozen wordt.

Verschillen banksparen en sparen met een verzekering

Het grootste verschil tussen sparen of verzekeren is dat u een rendement over uw spaargeld ontvangt wanneer u kiest voor sparen. Wanneer u kiest voor verzekeren wordt het rendement aanzienlijk verlaagd doordat de verzekeraar winst maakt, maar is uw risico volledig gedekt.

Conclusie

Pensioensparen is een uitgebreid topic met vele verschillende mogelijkheden. Indien u extra zekerheid wenst en een comfortabel loon nadat u met pensioen gaat, kan het zinvol zijn extra geld opzij te zetten m.b.v. een bankspaarrekening of een lijfrenterekening.

Of u kiest voor sparen, beleggen of verzekeren hangt af van uw persoonlijke situatie en voorkeur. Weeg de mogelijkheden tegen elkaar af zodat u een goed geïnformeerde keuze kunt maken.

Start met pensioensparen

Over de auteur

Blijf in contact met Financer.com

Volg ons op Facebook

×

Geef uw beoordeling over Pensioensparen